Lockdown in Afrikaanse landen: ‘Het is stil, tot mensen echt honger krijgen’

Lockdown in Afrikaanse landen: ‘Het is stil, tot mensen echt honger krijgen’

Elles van Gelder en Iris de Graaf

Bijna alle Afrikaanse landen hebben nu te maken met coronabesmettingen. Rwanda, Zuid-Afrika, Uganda en Zimbabwe zitten al op slot, deze week volgden delen van Nigeria, Ivoorkust en Congo. Veel Afrikaanse landen nemen relatief snel strenge maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

Traangas en rubberen kogels

Afrikaanse landen kijken naar wat er in China en veel Europese landen gebeurt – een lockdown dus. Maar het implementeren ervan gaat her en der met harde hand. In Kenia, Oeganda, Rwanda en Zuid-Afrika, waar je alleen de straat op mag voor boodschappen of medische hulp, leidde het tot arrestaties. Ook traangas en rubberkogels werden al ingezet, en in Rwanda vielen zelfs twee doden. De politie zegt dat het zelfverdediging was, maar het land heeft geen goede reputatie als het gaat om mensenrechten.

Alles dus om mensen binnen te laten blijven. Waarom is dat lastiger dan bijvoorbeeld in Nederland?

“Om een succesvolle lockdown te realiseren zijn er basisvoorwaarden nodig”, vertelt Marianne van der Sande, hoogleraar bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde Antwerpen. “Je moet je kunnen afzonderen, dus een huis hebben. Je moet het economisch aankunnen om eten te kunnen kopen voor meerdere dagen, en kunnen opslaan in een koelkast. In veel landen is zeep een luxeproduct en daarmee is ook hygiëne lastiger.”

Fysiek afstand houden is in veel Afrikaanse landen ook een stuk moeilijker. “De pandemie legt de grote ongelijkheid in ons land bloot”, zegt de Zuid-Afrikaanse onderzoeker Sibusiso Mkwananzi. “In de rijkere buitenwijken kun je afstand bewaren, maar in veel townships en op het platteland zijn mensen gewoon op straat. Het is ook moeilijk om met zes mensen in een krot te blijven zitten.”

In Zuid-Afrika ligt de werkloosheid rond de 30 procent. Net als in andere Afrikaanse landen verdienen veel mensen geld in de informele economie door bijvoorbeeld op straat groenten en fruit te verkopen zodat ze ’s avonds kunnen eten, en dat kan nu dus niet.

Philip Aruna, die de coronabestrijding in Nigeria coördineert voor Artsen zonder Grenzen, zit zelf in Abuja, een van de steden die op slot zit. “Iedereen hier is bezorgd. Mensen weten hier niet of een lockdown de beste oplossing is om de corona-uitbraak in te perken. De straten in Abuja zijn vandaag nog helemaal leeg. Maar hoe lang ze dat blijven weten we niet, dat hangt af van hoeveel honger die mensen krijgen.”

De ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties UNDP waarschuwde deze week dat de helft van de banen in Afrika verloren kan gaan door de pandemie en schat een inkomensverlies van 220 miljard dollar.

Ondanks alle sociaal-economische problemen noemt de Zuid-Afrikaanse hoogleraar in de politicologie Mcebisi Ndletyana de lockdown in zijn land “uiterst moedig”. “Het is geen makkelijke beslissing om de hele economie stil te leggen, maar het is nodig om levens te redden. Dat we het niet perfect uit kunnen voeren, betekent niet dat we het helemaal niet moeten doen. We moeten het proberen, anders kunnen we net zo goed direct opgeven.”

In Kenia is het aantal besmettingen minder hoog en zijn de regels vooralsnog ook minder streng. De scholen zijn wel dicht en ’s avonds mag je de straat niet meer op, maar overdag draait de economie gewoon door en zijn markten bijvoorbeeld open. De Keniaanse Joachim Osur van Amref Flying Doctors hoopt dat dit zo kan blijven, zodat mensen wat kunnen blijven verdienen en kunnen blijven eten.

Volgens hem moeten landen in Afrika goed nadenken wat er in de eigen unieke sociaal-economische context goed werkt. Een van de maatregelen waarbij hij betrokken is, is het trainen van lokale zorgverleners die de gemeenschappen ingaan. “Ze geven informatie over corona en kunnen ook een grote rol spelen in contactonderzoek. Dit zijn mensen die al in de gemeenschappen werken, dus er is vertrouwen. Bij de uitbraak van ebola zagen we dat veel mensen de hulpverleners niet vertrouwden en daarom geen hulp zochten of zich niet hielden aan de maatregelen.”

Vertragen van de verspreiding is cruciaal in heel Afrika. Daar is de vraag niet eens óf er genoeg IC-bedden zijn; het zorgsysteem is daar nu al overbelast. Er is een groot tekort aan beschermende kleding en beademingsapparaten. Zo overleed in Zimbabwe een 30-jarige tv-presentator omdat er niet één beademingsapparaat te vinden was.

“Het grootste probleem is bevoorrading”, zegt Aruna. “Er komt hier bijna niemand naartoe, al helemaal niet vanuit het Westen. Alle grenzen zijn dicht. We merken dat we in het verleden wel meer hulp kregen vanuit andere landen, maar iedereen is nu bezig met zijn eigen uitbraak. Logisch, maar voor ons zorgwekkend.”

En waar alle deskundigen zich ook zorgen om maken? Dat er straks doden gaan vallen omdat het alleen nog maar om het coronavirus draait. “In april is er altijd een grote uitbraak van malaria, net als in september. Als dat gebeurt terwijl corona over ons land raast, dan kunnen we dat hier niet aan”, zegt Aruna. “De bevolking moet te allen tijde toegang kunnen houden tot de gezondheidszorg, zodat we mensen met malaria, hiv, ondervoeding, tbc en andere levensgevaarlijke ziektes kunnen blijven helpen.”

Dit verhaal verscheen eerder op NOS.nl & in de app.

Volg:
Share:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *